skip to Main Content

Ecologie en stad komen samen in Greenville

Ecologie En Stad Komen Samen In Greenville

Voor landschapsarchitect Gerwin de Vries is het een soort thuiswedstrijd; vanuit zijn bureau Flux Landscape Architecture in Utrecht werkt hij al vanaf het begin mee aan het ontwerp van Greenville. Wat hij doet, gaat verder dan ‘leuke tuintjes maken’. Stadsnatuur maken is zijn signatuur.

Wat maakt Greenville voor jou zo bijzonder?

“Het gebouw en het ontwerp van het groen zijn een harmonieus geheel geworden. Dat is tegelijk de grote kracht van het project. Het landschap is verwerkt in de binnentuinen én aan de gevels. Samen met de architecten hebben we één ontwerp gemaakt; een terrasvormig, markant gebouw aan het park. We willen met dit ontwerp ecologie in de stad een plek geven. Insecten, vogels, vlinders en kleine dieren moeten ook in Leidsche Rijn Centrum hun eigen habitat krijgen. Wij faciliteren dat met Greenville.”

Wat kunnen bewoners straks van de binnentuinen verwachten?

“Het worden collectieve binnentuinen. Het gebruik is afgestemd op het wonen in het blok. Je kunt er even buiten koffie gaan drinken of een boek lezen. Daar hebben we plekjes voor ontworpen tussen het groen. In de binnentuinen komen ook waterpartijen. Je hoort en ziet het water tussen de beplanting. Het wordt een groene, luwe plek. Met ruimte voor rust en contact met de natuur. Er zitten ook kleine pleintjes in waar je een buurtborrel kunt houden of samen buiten kunt eten. We faciliteren de mogelijkheid voor gemeenschappelijk gebruik, maar het is straks aan de bewoners hoe ze de binnentuinen gaan gebruiken.”

Moeten de bewoners het groen zelf gaan onderhouden?

“Nee, er wordt voor het beheer van het groen een professionele partij geselecteerd. Er kunnen natuurlijk met de VvE wel afspraken gemaakt worden over de rol van de bewoners zelf. Misschien zijn er wel mensen die met veel plezier de binnentuinen mee willen onderhouden. Maar dit groen kan niet afhankelijk zijn van bewoners, dat moet gewoon op gezette tijden goed onderhouden worden. Helemaal het groen aan de gevels. Ik denk dat het grootste deel van de bewoners dat ook erg prettig vindt. Je hebt er geen omkijken naar.”

Zijn de binnentuinen straks ook vrij toegankelijk?

“Nee, het is echt alleen voor de bewoners. De oriëntatie is wel zoveel mogelijk op het park ‘Hof van Monaco’, maar vanuit dat park kun je niet zomaar de binnentuinen op. Het park ligt lager dan Greenville en gaat gelaagd weer over in het Plantsoen van Boedapest. In het gebouw hebben we twee openingen gemaakt, zodat mensen straks vanuit de collectieve binnentuinen zicht hebben op het park. Van privé naar collectief en weer naar openbaar gebied vinden wij een rijke overgang.”

Kun je iets vertellen over de beplanting?

“Er zit in de binnentuinen veel verschil tussen zon en schaduw. Daar hebben we de beplanting op afgestemd. Maar we hebben ook gekeken wat de beplanting óplevert. Bijvoorbeeld voor vlinders en vogels, maar ook of het bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Daarnaast hebben we naar de esthetische kant gekeken. Past de beplanting bij het ontwerp van het gebouw en is het aantrekkelijk om naar te kijken? Het ontwerp bevat een rijke variatie aan bomen, vaste planten en siergrassen. Het gaat straks weelderig ogen.”

Mogen de bewoners op hun eigen terras nog plantjes neerzetten?

“Jazeker! Graag zelfs. In het privédomein is geen regie over het groen. Maar hoe meer groen, hoe beter. Het zou wel fijn zijn als bewoners goed nadenken over wat voor een type groen ze dan plaatsen. Wat doet het goed op een bepaalde plek en draagt het iets bij aan de ecologische kwaliteit van het plan? Dan zijn we samen echt stadsnatuur aan het maken.”

Staat het ontwerp nog steeds overeind zoals het is bedacht?

“Jazeker, al hebben we ook concessies moeten doen. Techniek, toegankelijkheid en beheer zijn belangrijke aspecten waar we bij de detaillering mee te maken kregen. De maat van de bakken voor de beplanting is bepalend voor het type groen wat we kunnen toepassen. Wij willen gelaagdheid in het groen en dat kan niet in een bak van 30 cm breed. Voor een kleine boom heb je bijvoorbeeld al snel 70cm gronddiepte nodig. Dat betekent ook meer gewicht. Daarom hebben we alle bomen precies op de kolommenstructuur van het gebouw ontworpen.

Ook het waterbergingssysteem is fantastisch en staat nog steeds overeind. Het gebouw werkt straks als een soort watermachine. Volledig zelfvoorzienend. Al het regenwater wordt benut voor het bewateren van de beplanting. Dat is toch echt wel uniek in Nederland.”